Het ongeval
Op 2 september 2022 raakte een werknemer gewond tijdens het lossen van natronloog, een bijtende vloeistof die onder meer wordt gebruikt in de chemische industrie. De stof kwam in contact met zijn gezicht en mond, met derdegraadsbrandwonden als gevolg. Hij moest drie nachten in het ziekenhuis worden behandeld en hield blijvende schade aan zijn gebit en smaakvermogen over. Een ongeval als dit is een voorbeeld van wat juristen een bedrijfsongeval noemen.
De boete van de minister
Voor het werken met natronloog is, zo stond vast, een volgelaatsmasker vereist. De werknemer droeg dat masker op het moment van het ongeval niet. Om die reden legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de werkgever een boete op wegens het niet verstrekken en laten dragen van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen. De werkgever ging tegen die boete in hoger beroep.
Volgens de werkgever was er wél een geschikt masker beschikbaar, maar had de werknemer dat zelf niet gepakt. Bovendien zou een gebrekkig verloopstuk in de installatie van de opdrachtgever de eigenlijke oorzaak van het ongeval zijn geweest. Omdat de feitelijke leiding over het loswerk bij die opdrachtgever lag — die de aansprakelijkheid voor de schade van de werknemer inmiddels ook had erkend — meende de werkgever dat de verantwoordelijkheid niet bij hem, maar bij de opdrachtgever lag.
Oordeel van de Raad van State
De Raad van State wijst dit verweer van de hand. De verplichting om voor passende bescherming te zorgen, rust rechtstreeks op de werkgever: die moet vooraf zelf nagaan welke risico’s aan een klus kleven, de juiste beschermingsmiddelen regelen, werknemers daarover instrueren en controleren of ze die ook daadwerkelijk gebruiken. Dat de chauffeurs van het bedrijf de regels van de opdrachtgever moesten volgen, verandert daar niets aan. Op het veiligheidsbord van de opdrachtgever stonden alleen een overall en een veiligheidsbril voorgeschreven — geen volgelaatsmasker — en juist het ontbreken van die eigen, aanvullende beoordeling rekent de Raad van State de werkgever aan.
Ook het argument dat een defect onderdeel bij de opdrachtgever de aanleiding voor het ongeval vormde, haalt niets uit. De overtreding zat hem niet in de oorzaak van het ongeval zelf, maar in het ontbreken van bescherming die nu juist bedoeld is om de gevolgen van zo’n onverwachte gebeurtenis te beperken. En dat de opdrachtgever de civiele aansprakelijkheid voor de schade al had erkend, is voor deze bestuursrechtelijke boete evenmin van belang: civiele aansprakelijkheid en de publiekrechtelijke verplichtingen van een werkgever onder de Arbowet staan los van elkaar.
Conclusie
Deze uitspraak laat zien dat een werkgever de zorg voor passende bescherming niet kan doorschuiven naar een opdrachtgever, ook niet wanneer het werk feitelijk onder diens leiding plaatsvindt. Wie werknemers aan een gevaarlijke stof blootstelt, moet zelf vaststellen welke bescherming daarbij hoort — en mag niet zomaar afgaan op de voorschriften van een ander. Voor werknemers betekent dit dat zij in zo’n situatie niet met lege handen staan, ook al wordt er met de vinger naar meerdere partijen gewezen.
Meer lezen?
Lees de volledige uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2026:5490).
Heeft u vragen over aansprakelijkheid na een bedrijfsongeval of wilt u advies bij het verhalen van schade?
Aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Dit kan via het telefoonnummer boven in beeld of door een e-mail te sturen naar info@rb-advocaten.nl.
