Situatieomschrijving

Na een bevalling door middel van een keizersnede bleek een kind hoge dwarslaesie te hebben. Tijdens de keizersnede werd een verlostang gebruikt. Een gynaecoloog en een ziekenhuis werden aansprakelijk gesteld.

In hoger beroep vorderde de eiseres (op grond van artikel 843a Rv) inzage in een medische analyse van een deskundige, die op verzoek van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het ziekenhuis was opgesteld. Deze medische analyse was opgesteld op basis van medische gegevens die betrekking hadden op de zoon.

Het verzoek op inzage van de medische analyse werd door het hof afgewezen.

Afwijzing inzage door het hof

Het hof oordeelde onder andere dat het ging om een medische analyse van bestaande gegevens. Deze analyse werd niet door de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), waarop de eiseres een beroep deed, beschermd.

De eiseres ging in hoger beroep. Zij stelde dat zonder toestemming van eiseres sprake was van verwerking van medische gegevens van haar zoon en dat zij recht had op inzage van de medische analyse.

Op grond van de Wbp dient een betrokkene namelijk in staat te worden gesteld te controleren of zijn persoonsgegevens juist zijn en rechtmatig zijn verwerkt, ter bescherming van het recht van betrokkene op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.

De Hoge Raad

De Hoge Raad stelt echter dat de Wbp niet op de situatie van eiseres van toepassing is.

De eiseres vordert volgens de Hoge Raad geen inzage in de persoonsgegevens van haar zoon, maar inzage in een medische analyse.

Omdat het niet ging om persoonsgegevens waarop de Wbp betrekking heeft, kon het hof volgens de Hoge Raad oordelen dat eiseres niet op grond van de Wbp het recht op inzage van de analyse kon ontlenen.

De uitspraak van de rechter leest u hier.

Stefan-contact

Vragen?

Deel uw verhaal met ons. Wij kunnen u snel inzicht geven in uw juridische mogelijkheden. Gratis & vrijblijvend.

Meest gelezen