Mensen die het slachtoffer zijn geworden van een ongeval en hierdoor in hun dagelijks leven beperkingen ondervinden hebben vaak (extra) zorg nodig. Deze hulp kan worden geleverd vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

Voor hulp vanuit de Wlz en de Wmo kan een eigen bijdrage worden opgelegd. De hoogte van deze eigen bijdrage wordt op dit moment op basis van de zogenaamde vermogensinkomensbijtelling (VIB) bepaald. Dit is het verzamelinkomen plus 8% van het vermogen van box 3 (sparen en beleggen) dat boven het heffingsvrije vermogen valt.

Schadevergoedingen in letselschadezaken tellen mee als vermogen in box 3. Daarom moet na een afwikkeling van een letselschadezaak vaak een hoge eigen bijdrage worden betaald. Met deze meerkosten wordt vaak weer rekening gehouden bij het berekenen van de schadevergoedingen. Degene die de hogere uitkeringen ontvangen hebben hiervan geen voordeel, omdat zij dit in de loop van de jaren moeten afdragen in de vorm van hoge eigen bijdragen in de zorg.

Om onnodige hinder te voorkomen pleitten het Verbond van Verzekeraars, Slachtofferhulp Nederland en de Vereniging van Letselschadeadvocaten er al een tijd voor dat de uitgekeerde schadevergoeding niet als gewoon vermogen moet worden beschouwd. Bijvoorbeeld door de letselschadevergoedingen niet mee te laten tellen voor de berekening van de hoogte van de eigen bijdragen.

De minister van Volksgezondheid Welzijn en Sport heeft nu gehoor gegeven aan dit verzoek. Letselschadevergoedingen (ook materiele schadevergoedingen vastgesteld na 10 oktober 2010) bij een ongeval dat verlies aan arbeidsvermogen tot gevolg heeft, worden in ieder geval uitgezonderd van de VIB.

Wanneer de wijziging precies intreedt is nog niet aangegeven.

Stefan-contact

Vragen?

Deel uw verhaal met ons. Wij kunnen u snel inzicht geven in uw juridische mogelijkheden. Gratis & vrijblijvend.

Meest gelezen