De AVP

Al eerder werd op deze website een artikel geplaatst over de opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekeringen (AVP). Onlangs heeft de Hoge Raad opnieuw uitspraak gedaan over de reikwijdte van de opzetclausule in de AVP.

De Hoge Raad oordeelt of de opzetclausule van toepassing was in een situatie waarbij een vader zijn vijf maanden oude baby door elkaar had geschud. De vader schudde zijn zoon, omdat hij graag wilde dat zijn zoon stopte met huilen. Door het geschud raakte het zoontje in shock en liep hij hersenletsel op.

Voordat de Hoge Raad oordeelt of de opzetclausule van toepassing is, oordeelt de Hoge Raad eerst over hoe de opzetclausule dient te worden toegepast. Het gaat over de opzetclausule in het Opzetclausule AVP 2000. Deze opzetclausule komt in veel AVP-polissen voor.

De Hoge Raad oordeelt dat een belangrijk aspect in de nieuwe clausule de koppeling van het opzet aan de gedraging zelf is en niet meer aan het gevolg van de gedraging. Het opzettelijk karakter van een gedraging moet uit de gedraging zelf afgeleid worden.

Voor een eenduidige uitleg en toepassing van de opzetclausule is het volgens de Hoge Raad wenselijk om een objectieve invulling van de opzetclausule tot uitgangspunt te nemen. Daarnaast dient volgens de Hoge Raad rekening te worden gehouden met de bijzondere omstandigheden van het concrete geval.

De Hoge Raad oordeelt als volgt:

Voor de toepassing van de opzetclausule bij een schadevoorval is uitgangspunt dat sprake moet zijn van een opzettelijke en wederrechtelijke gedraging van de verzekerde die objectief bezien gericht is op het doen ontstaan van letsel of zaakschade, en waarbij het in feite toegebrachte letsel of de zaakschade naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg van de desbetreffende gedraging kan worden aangemerkt. 

De gerichtheid van de gedraging dient vanuit een neutrale toeschouwer te worden bekeken in de context van de kenbare omstandigheden.
Daarnaast bestaat volgens de Hoge Raad ruimte om de opzetclausule zodanig toe te passen dat redelijke en maatschappelijke aanvaardbare resultaten worden bereikt.

De Hoge Raad oordeelt hierover als volgt:

Bij de beoordeling of de schade voor de toepassing van de opzetclausule in redelijkheid aan die gedraging kan worden toegerekend, komt gewicht toe aan diverse factoren, waaronder de aard van de onrechtmatige gedraging van de verzekerde, de omstandigheden waaronder deze is verricht, de mate waarin de verzekerde een verwijt van zijn gedraging gemaakt kan worden of andere subjectieve omstandigheden aan diens zijde, en de aard en de ernst van de schadelijke gevolgen, een en ander bezien in het licht van de strekking
en maatschappelijke betekenis van de AVP.

Voor wat betreft de vader die zijn zoontje heen en weer schudde, oordeelt de Hoge Raad dat sprake was van een opzettelijke gedraging die was gericht tegen een persoon en naar objectieve maatstaven als een te verwachten of normaal gevolg hersenletsel kan meebrengen en daarom objectief bezien gericht was op het toebrengen van zodanig letsel.

Volgens de Hoge Raad was de intentie van de vader slechts om zijn zoon te laten stoppen met huilen. Daarnaast besefte de vader volgens de Hoge Raad niet het onoorbare van zijn gedraging en hield hij met het schudden van zijn zoon op, toen de vader dat wel besefte.

Dat de vader niet bewust was van zijn onrechtmatige gedraging en zijn opzet daarop niet was gericht, staat op zichzelf niet aan een toepassing van de opzetclausule in de weg.

De Hoge Raad oordeelt echter dat de subjectieve omstandigheid (de intentie) bijdraagt aan het oordeel dat toepassing van de opzetclausule in dit geval niet tot een redelijk en maatschappelijk aanvaardbaar resultaat leidt.

Volgens een psychologische rapportage bleek dat de vader vanwege een persoonlijkheidsstoornis als sterk verminderd toerekeningsvatbaar was te beschouwen. Daarnaast viel uit de rapportage op te maken dat de vader in zeer geringe mate een persoonlijk verwijt van zijn gedraging viel te maken.

De Hoge Raad oordeelt dat gelet op het voorgaande dient te worden geoordeeld dat het door elkaar schudden van zijn zoon, ook al heeft de vader dat op zichzelf opzettelijk gedaan en is hij daarvoor strafrechtelijk veroordeeld, gelet op de omstandigheden van het geval niet kan worden aangemerkt als het soort gedrag waarop de opzetclausule voor is bedoeld.

Stefan-contact

Vragen?

Deel uw verhaal met ons. Wij kunnen u snel inzicht geven in uw juridische mogelijkheden. Gratis & vrijblijvend.

Meest gelezen