Ongeval met een vorkheftruck; onvoldoende toezicht door de opdrachtgever

Tijdens zijn werk sprong een man op een pallet die met een vorkheftruck werd vervoerd. Op de pallet stond een zogenaamde big bag gevuld met kolenstof. De bestuurder van de vorkheftruck schrok van de sprong van de man. Hij stuurde de vorkheftruck naar links en trapte op de rem. Hierdoor schoof de zware big bag naar voren, waardoor de man tussen de big bag en een geparkeerde vrachtwagen kwam te zitten. De man brak daardoor op meerdere plaatsen zijn scheenbeen en hij brak zijn kuitbeen.

De man stelde zijn opdrachtgever aansprakelijk.

De kantonrechter stelde dat sprake was van opzet dan wel bewuste roekeloosheid van de man. Volgens de kantonrechter was het gedrag van de man onverantwoordelijk en zo onvoorzienbaar dat niet van de opdrachtgever kon worden verwacht dat dat zij daartegen zou waarschuwen of dit gedrag zou verbieden.

Zodoende stelde de man hoger beroep in.

Het hof oordeelt dat de opdrachtgever onvoldoende toezicht heeft gehouden en daardoor de zorgplicht niet is nagekomen. Van de opdrachtgever mocht worden verwacht dat instructie werd gegeven dat een vorkheftruck niet mag worden gebruikt als vervoermiddel of als lift. Bovendien moest de opdrachtgever erop toezien dat die instructie in de praktijk werd nageleefd.

De opdrachtgever gaf aan dat de voorman controleerde of de instructies werden nageleefd. De directeur van de opdrachtgever had echter ook aangegeven dat er weleens in de cabine naast de bestuurder werd meegereden in een vorkheftruck hoewel dat niet mag. Daarmee kwam volgens het hof vast te staan dat niet alleen onvoldoende toezicht werd gehouden op het naleven van de gegeven instructies rond het gebruik van de vorkheftruck, maar dat het in de praktijk gebruikelijk was om daarmee in strijd te handelen. In die situatie heeft de opdrachtgever volgens het hof niet aan de zorgplicht voldaan.